Flarf, een bloemlezing

cover Flarf, een bloemlezing

“Dit is de eerste Nederlandse flarfbloem-lezing. Met werk van acht dichters uit Nederland en Vlaanderen die flarfgedichten schrijven. De flarfdichter plukt zijn tekstmateriaal van internet, waarop we gedachten en taal van de doorsnee-burger net zo gemakkelijk aantreffen als de sonnetten van Shakespeare, Heideggers Sein und Zeit of ranzige verhalen over seks met dieren. De dag van vandaag wordt in al haar facetten binnengehaald, geabstraheerd, uitvergroot en regelmatig te kakken gezet.”

met gedichten van:

Willem Bongers
Hans Kloos
Nanne Nauta
Ton van ’t Hof
Jeroen van Rooij
Mark van der Schaaf
sven staelens
Erwin Vogelezang

een mus

voor jan geerts

Een mus is een muis die niet kan miauwen.

Een mus is een muis die niet zonder kaas kan
en als de kat komt snakt naar lucht.

Een mus is een muis die lekker bekt
omdat hij lijdt aan veelvraatzucht.

Een mus moet pluimloos overleven
in het grensgebied tussen klaagzang en klucht.

Een mus is een muis die aan takken
hangt, een beest dat naar meer verlangt.

Dus. Diè vogel is in geen geval een vis.

geheime verklaring

Liefste, jij die er niet bent en nooit zal,
vervollediging van onuitgesproken zinnen
(drie puntjes)
hoopgevend blanco blad op de rug van
mijn aangezicht, luchtig postpakketje.

Ik denk veel aan jouw onwezenlijkheid
aan jouw vingers die mijn huid net niet
die zo roze en zo fragiel zijn dat wij nooit
hand in hand opvallend lopen te wezen.

Soms vergeet ik jouw lichaam voor even,
dan vult de stinkende rivier mijn ogen

maar

gelukkig herinnert de verschrikkelijke geur
van de dode boten mij steeds opnieuw
aan jouw oneindige

verte

Dat
en dat alleen
maakt mijn glimlach zo omvangrijk

met mortel en steen

met mortel en steen sta je daar stijf
terwijl je lijf dat zachte
perzikvlezig sapomhulsel
                          ons blijft verbazen
terwijl je wind niet aarzelt wat aan
stijfheid mankeert omver te blazen

met water en wijn sta je daar wijf
terwijl je tijd dat scherpe
lavavloeibaar levensdeken
                      reist naar verledens
terwijl je blik niet nalaat wat aan
kijkers resteert al weg te vegen

je staat daar en je zwijgt
je wrijft faket de schijn en wrikt
hopend dat ooit als de
                    duif niet meer schijt
iemand toegewijd je wonden likt

 

dit gedicht werd geschreven n.a.v. ‘terug van maerlant’

la phrase

schrijf hier nog snel een zinneke:

kronkelend langs nostalgische
woorden van ’t vergeten kinneke

op de boelevaars; die overwelvingen
van ’t gezinneke

in de stad, dat web van ’t spinneke

zo maakt ge haar weer blij
uw godvergeten vriendinneke!

 

 

dit gedicht werd opgenomen in de gelegenheidsbundel Geef de Zenne een gedicht.