Kluger Hans #31

Het kortverhaal ‘snorkelen’ werd opgenomen in Kluger Hans #31, De val, november 2016.

 

 

fragment:

Misschien stofzuigt ze, misschien lapt ze de ramen, terwijl hij onderuitgezakt in de sofa gulzig rookt en drinkt en naar onbelangrijke sportwedstrijden kijkt. Misschien schreeuwt hij haar de huid vol omdat er te weinig blikjes bier voorradig zijn voor een dag als vandaag, of omdat zij net op het moment dat een middelmatige voorzet aanleiding geeft tot een misser van formaat met een poetsdoek voor het scherm verschijnt. Ik zou het waarschijnlijk kunnen horen, mocht het geraas van de stad vlakbij mijn waarnemingen niet vervuilen.

Dat ze te goed en te mooi is voor een dergelijk leven, dat ze bij mij alle kansen krijgt om rustig te leven, om gelukkig te zijn, dat we samen kunnen vluchten, verdwijnen in de sluier van anonimiteit die de stad over ons drapeert, of verder weg, naar een plaats waar we ons in een nieuwe taal kunnen wegcijferen, dat ze me alleen maar een teken moet geven, dat een simpel knikje volstaat opdat ik een groots plan zou uitwerken. Ik heb het haar nooit gezegd. De talloze keren dat ik haar in de inkomhal kruiste, zij steevast met die intrieste blik en regelmatig met slordig weggeschminkte kneuzingen, zeulend met zware boodschappentassen die voor drie kwart gevuld waren met bier, nooit kwam ik verder dan een vriendelijke glimlach waaruit ik, uit beleefdheid, alle blijk van medelijden trachtte weg te filteren.

VERZIN, jaargang 8 nummer 1 (2013)

‘Tem je feeks’, schrijftips voor het neerzetten van sterke vrouwelijke personages in Verzin, juli 2013.

fragment:

Je wilt een sterk vrouwelijk personage in je verhaal stoppen? Dat begrijp ik. Het hoeft geen betoog dat de moeilijke vrouw al een tijdje meedraait in de literatuur. En ook vandaag is zij nog steeds populair. Zowel in genreromans als in literaire werken wordt regelmatig een memorabele feeks ten tonele gevoerd. Reden genoeg dus om zelf te experimenteren. Laten we op zoek gaan naar de handschoenen en het katje.

Luister naar mij. Alleen naar mij. Sluit je af van de buitenwereld en geef je over aan mijn raad. Doe wat ik zeg. Mijn naam is Xanthippe. Je weet wel: de oerbitch, de tweede vrouw van Socrates, van alle vrouwen diegene waarmee je volgens Xenophon onmogelijk kon opschieten. De vrouw waarnaar Shakespeare verwijst in zijn Het temmen van de feeks en Poe in het gedicht An acrostic. De helleveeg, het serpent, de duivelin. Doe wat ik zeg.